| Aandachtspunten bij keuze beleggingsfonds |
|
|
|
Toezicht op beleggingsfondsenHet toezicht op de Nederlandse beleggingsfondsen gebeurt door De Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM)op basis van de Wet op het financieel toezicht (Wft).Ook de buitenlandse beleggingsfondsen moeten goedkeuring krijgen van de DNB. Als deze gevestigd zijn in een land van de Europese Unie en wordt gecontroleerd door de desbetreffende controlerende instelling, dan heeft dat fonds een zogenaamd Europees paspoort. In dit geval is aanmelding bij de DNB voldoende om deze fondsen in Nederland te verkopen.
Voorbeelden van de verantwoordelijkheid van de AFM zijn bijvoorbeeld
RisicospreidingIedereen kent wel het spreekwoord "niet alle eieren in één mandje". Eén van de voordelen van het beleggen in een beleggingsfonds is de risicospreiding. Sommige fondsen proberen deze risicospreiding te vergroten door niet alleen in Nederland te beleggen maar ook in het buitenland. Door de toenemende internationalisatie is het steeds moeilijker om op deze manier risico's te spreiden. Daarom wordt sectorspreiding steeds belangrijker. Ook de grootte van het fonds is van belang: hoe groter het fonds hoe lager de kosten en hoe groter de spreidingsmogelijkheden.
Om zelf enige risicospreiding binnen uw aandelenportefeuille te krijgen, moet u meerdere aandelen kopen en daardoor hebt u te maken met relatief hoge kosten. Diverse onderzoeken hebben aangewezen dat het optimum van het aantal verschillende aandelen in de portefeuille ergens tussen de tien en twintig ligt. Bij een kleiner aantal loopt men grotere risico's zonder dat men daarvoor beloond wordt. Bij een groter aantal gaat het risico niet naar beneden, maar gaan de kosten wel omhoog. Men moet de aandelen wel zoveel mogelijk spreiden over verschillende sectoren, dus niet allemaal uitzendbureaus of cyclische fondsen. Als men de aandelen over meerdere landen spreidt (bijvoorbeeld twee tot drie), krijgt men een verdere risicoreductie. BeleggingsrendementHet rendement is een van de weinige maatstaven om fondsen te vergelijken met die van de concurrentie. Echter, u moet wel beseffen dat dit het verleden betreft en dus geen indicatie voor toekomstige rendementen hoeft te zijn. Als u naar de performance kijkt probeer dan een zo lang mogelijke reeks te nemen, bijvoorbeeld 5 of 10 jaar. Voor deze gegevens kunt u het beste een objectieve bron nemen, zoals morningstar.
BenchmarkOm de prestaties van de beheerders van het beleggingsfonds goed te kunnen meten wordt het rendement van het fonds vergeleken met een benchmark. Dit is een index waaraan de prestaties van het beleggingsfonds worden afgemeten. De index geldt dus voor vergelijkbare beleggingen. Bijvoorbeeld een wereldwijd aandelenfonds kan worden vergeleken met de MSCI Worldindex. In zowel deze index als in het beleggingsfonds worden ontvangen dividend in het rendement meegerekend. Om het beter te doen dan de aandelenindex, moet men er van afwijken. Hierdoor kan het rendement van het beleggingsfonds hoger, maar ook lager dan de index zijn.
Sharpe maatstaf Als twee beleggingsfondsen hetzelfde rendement hebben behaald, zegt dat niets over het risico wat gelopen is. Eén van de manieren om dit risico te meten is de zogenaamde 'Sharpe ratio'. De Sharpe-ratio geeft het rendement aan per eenheid risico. De formule van de Sharpe-ratio is als volgt:
rendement van het beleggingsfonds -/- risicovrije rente Het risico wordt gemeten aan de hand van de bewegelijkheid van de koers. De bewegelijkheid van het rendement van het fonds wordt berekend door middel van de standaarddeviatie. Een nadeel van deze maatstaf is dat er minimaal drie jaar aan gegevens aanwezig moet zijn om een redelijke berekening te maken. Daarnaast is voor de meeste beleggers niet de bewegelijkheid het risico, maar de kans op een negatief rendement. KostenBij het beleggen in beleggingsfondsen krijgt u met globaaldrie soorten kosten te maken.
Omdat udeze laatste kostenpost elk jaar opnieuw betaalt, hebben de doorlopende kosten een veel grotere, negatieve invloed op het rendement dan de eenmalige transactiekosten die u alleen betaalt wanneer u in- en uitstapt. Hier wordt daarom alleen aandacht besteed aan de doorlopende kosten. Kosten volgens de AFM
Bron VEB-website Enkele praktijk voorbeelden van kosten per 10 september 2009, bron morningstar.nl
|



