Aandachtspunten bij keuze beleggingsfonds PDF Afdrukken E-mail

Toezicht op beleggingsfondsen

Het toezicht op de Nederlandse beleggingsfondsen gebeurt door De Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM)op basis van de Wet op het financieel toezicht (Wft).Ook de buitenlandse beleggingsfondsen moeten goedkeuring krijgen van de DNB. Als deze gevestigd zijn in een land van de Europese Unie en wordt gecontroleerd door de desbetreffende controlerende instelling, dan heeft dat fonds een zogenaamd Europees paspoort. In dit geval is aanmelding bij de DNB voldoende om deze fondsen in Nederland te verkopen.

Voorbeelden van de verantwoordelijkheid van de AFM zijn bijvoorbeeld

  • Het aanwezig en juist zijn van de "financiële bijsluiter" voor financiële consumentenproducten,
  • Naleving van het verbod op handelen met voorwetenschap,
  • Naleving van de Wet op het financieel toezicht (waarin o.a. de voormalige wetten Wet toezicht effectenverkeer 1995, Wet toezicht beleggingsinstellingen en Wet financiële dienstverlening per 1 januari 2007 zijn opgegaan.
  • Handhaving van de Wet toezicht accountantsorganisaties en afgeven vergunningen voor Wettelijke controles.

Risicospreiding

Iedereen kent wel het spreekwoord "niet alle eieren in één mandje". Eén van de voordelen van het beleggen in een beleggingsfonds is de risicospreiding. Sommige fondsen proberen deze risicospreiding te vergroten door niet alleen in Nederland te beleggen maar ook in het buitenland. Door de toenemende internationalisatie is het steeds moeilijker om op deze manier risico's te spreiden. Daarom wordt sectorspreiding steeds belangrijker. Ook de grootte van het fonds is van belang: hoe groter het fonds hoe lager de kosten en hoe groter de spreidingsmogelijkheden.

Om zelf enige risicospreiding binnen uw aandelenportefeuille te krijgen, moet u meerdere aandelen kopen en daardoor hebt u te maken met relatief hoge kosten. Diverse onderzoeken hebben aangewezen dat het optimum van het aantal verschillende aandelen in de portefeuille ergens tussen de tien en twintig ligt. Bij een kleiner aantal loopt men grotere risico's zonder dat men daarvoor beloond wordt. Bij een groter aantal gaat het risico niet naar beneden, maar gaan de kosten wel omhoog. Men moet de aandelen wel zoveel mogelijk spreiden over verschillende sectoren, dus niet allemaal uitzendbureaus of cyclische fondsen. Als men de aandelen over meerdere landen spreidt (bijvoorbeeld twee tot drie), krijgt men een verdere risicoreductie.

Beleggingsrendement

Het rendement is een van de weinige maatstaven om fondsen te vergelijken met die van de concurrentie. Echter, u moet wel beseffen dat dit het verleden betreft en dus geen indicatie voor toekomstige rendementen hoeft te zijn. Als u naar de performance kijkt probeer dan een zo lang mogelijke reeks te nemen, bijvoorbeeld 5 of 10 jaar. Voor deze gegevens kunt u het beste een objectieve bron nemen, zoals morningstar.

Benchmark

Om de prestaties van de beheerders van het beleggingsfonds goed te kunnen meten wordt het rendement van het fonds vergeleken met een benchmark. Dit is een index waaraan de prestaties van het beleggingsfonds worden afgemeten. De index geldt dus voor vergelijkbare beleggingen. Bijvoorbeeld een wereldwijd aandelenfonds kan worden vergeleken met de MSCI Worldindex. In zowel deze index als in het beleggingsfonds worden ontvangen dividend in het rendement meegerekend. Om het beter te doen dan de aandelenindex, moet men er van afwijken. Hierdoor kan het rendement van het beleggingsfonds hoger, maar ook lager dan de index zijn.

Sharpe maatstaf

Als twee beleggingsfondsen hetzelfde rendement hebben behaald, zegt dat niets over het risico wat gelopen is. Eén van de manieren om dit risico te meten is de zogenaamde 'Sharpe ratio'. De Sharpe-ratio geeft het rendement aan per eenheid risico. De formule van de Sharpe-ratio is als volgt:

rendement van het beleggingsfonds -/- risicovrije rente
risico van het beleggingsfonds

Het risico wordt gemeten aan de hand van de bewegelijkheid van de koers. De bewegelijkheid van het rendement van het fonds wordt berekend door middel van de standaarddeviatie.
Hoe hoger de Sharpe-ratio, hoe beter het beleggingsfonds.

Een nadeel van deze maatstaf is dat er minimaal drie jaar aan gegevens aanwezig moet zijn om een redelijke berekening te maken. Daarnaast is voor de meeste beleggers niet de bewegelijkheid het risico, maar de kans op een negatief rendement.

Kosten

Bij het beleggen in beleggingsfondsen krijgt u met globaaldrie soorten kosten te maken.

  • Transactiekosten: de kosten die u als belegger betaalt bij het kopen en verkopen van een beleggingsfonds. De belangrijkste transactiekosten zijn de aan- en verkoopprovisie en de spread. De spread is een op- of afslag op de intrinsieke (werkelijke) waarde van een beleggingsfonds die in de koers zit verwerkt.
  • Bij een beleggingsfonds dat via de beurs wordt aangekocht, moet er aan het eind van het jaar bewaarloon betaald worden.
  • Doorlopende kosten: de kosten die doorlopend (jaarlijks) binnen een beleggingsfonds in rekening worden gebracht. De voornaamste doorlopende kosten zijn de beheervergoeding, allerlei operationele kosten (voor administratie, marketing, bewaren van effecten, accountant, jurist, toezicht etc.) en de transactiekosten die het fonds zelf maakt bij het kopen en verkopen van effecten. Deze kosten betaalt u als belegger niet direct maar indirect – doordat deze kosten binnen het fonds in rekening worden gebracht, drukken zij het rendement van het fonds.

Omdat udeze laatste kostenpost elk jaar opnieuw betaalt, hebben de doorlopende kosten een veel grotere, negatieve invloed op het rendement dan de eenmalige transactiekosten die u alleen betaalt wanneer u in- en uitstapt. Hier wordt daarom alleen aandacht besteed aan de doorlopende kosten.

Total expense ratio
Om beleggers enig inzicht in de doorlopende kosten te geven moeten beleggingsfondsen tegenwoordig een zogeheten Total Expense Ratio (TER, of kostenratio) berekenen en publiceren. De TER wordt achteraf berekend, dat wil zeggen na het einde van het boekjaar.

Kosten volgens de AFM
In bijgaande tabel ziet u een schatting van de totale doorlopende kosten van actief beheerde beleggingsfondsen en een gemiddeld indexfonds. Let wel: dit is een indicatie van de mogelijke kosten; elk fonds heeft andere kosten en de totale kosten kunnen dus aanzienlijk afwijken van deze tabel. Dat geldt voor zowel actief beheerde fondsen als indexfondsen (pasieve beleggingsfondsen).

De AFM concludeert dat de totale doorlopende kosten van actief beheerde beleggingsfondsen tussen de 1,3 en 8 procent per jaar liggen. Jaarlijkse kosten van 8 procent is vrij uitzonderlijk. Dat komt eigenlijk alleen voor bij sommige onroerendgoedfondsen en hedgefondsen. Bij gewone, actief beheerde aandelenfondsen zijn de totale doorlopende kosten gemiddeld rond de 2 procent en bij obligatiefondsen tussen de 1 en 1,5 procent. Tenminste, voor breed gespreide basisfondsen zoals wereldwijd beleggende aandelenfondsen. Bij meer gespecialiseerde fondsen, zoals sectorfondsen, zijn de kosten veelal nog hoger.

Gem. actief beheerd

fonds

Gem. index

fonds

Beheervergoeding 0,5%-3% 0,3%
Performance fee 0,025%-3% NVT
Bewaarloon 0-0,5% NVT
Operationele kosten 0,02%-0,5% 0,2%
Transactiekosten 0,3%-1% 0,01%
Totaal 1,3%-8% 0,51%

Bron VEB-website
Enkele praktijk voorbeelden van kosten per 10 september 2009, bron morningstar.nl
Naam Fortis Obam iShares MSCI World Inc (EUR) Attica Long Short Selector Fund SNS Nederlands Aandelenfonds ING ING Hoog Dividend Aandelenfonds
Naam manager Rolf Stout Management Team Henk van Andel Corne Van Zeijl Moudy El Khodr
Aanvangsdatum 1 jul 89 27 okt 05 1 jun 06 1 okt 03 1 jan 06
Kosten
Total Expense Ratio 1,14% 0,50% - 0,99% 1,51%
Management Fee (Max) 1,00% 0,50% 1,50% 0,70% 1,40%
Maximale Aankoopkosten 0,20% - - 0,50% 0,50%